Sponsors

 

Historie

RKVV Dommelen 1942 – 2002

Zestig jaar wel en wee in blauw en wit Al in de jaren 20 werd er door Dommelse voetballers in clubverband gespeeld. Ergens op een zandvlakte in de buurt van De Kempervennen werden op kicks louter vriendschappelijke wedstrijden gespeeld. Onder de naam Excelsior en in de clubkleuren rood en zwart werden tegenstanders bestreden die Concordia, Juliana en Geenhovia heetten. Na enige tijd zocht men aansluiting bij de Kempische voetbalbond en kon er gestreden worden om de hegemonie van De Kempen. 

Door allerlei omstandigheden kon naar verloop van tijd geen volledig elftal meer op de been gebracht worden en werd Excelsior ontbonden. Een zestal spelers meldde zich aan bij VSV in Valkenswaard en sommigen zochten hun heil in Westerhoven bij Sparta dat later zou fuseren met De Zwaluwen en onder de naam ZSC zou voortbestaan. De Dommelse voetballers speelden dan wel elders, na de wedstrijd kwamen ze bijeen in Café Zigmans. Daar ook werden toentertijd de koppen opnieuw geteld want men was het erover eens: Dommelen moest weer een eigen voetbalclub hebben. 

Al wist men dat dat niet zo eenvoudig was, immers vanwege de bezetting moesten verschillende jonge mannen onderduiken en zoals gezegd waren enkele goede voetballers lid van VSV dat destijds op Deelshurk in Valkenswaard speelde. De Dommelse voetballers van toen waren echter doorzetters en op 1 februari 1942 werd in Café Staals een vergadering belegd en was de Roomsch Katholieke Voetbalvereniging Dommelen een feit. Excelsior was verleden tijd, voortaan waren blauw en wit de clubkleuren, al wilden vooral de oud-Excelsior-spelers liever de kleuren rood en zwart. Op een terrein in de Westerhovense Heide werden de wedstrijden gespeeld. Met een voorlopig bestuur onder leiding van Frans Caris en met Pastoor van der Eerden als geestelijk adviseur, startte de RKVV Dommelen midden in de oorlogsjaren. 

Moeilijk begin. 
Het was een moeilijk begin, door de heersende oorlog kon slechts door ruiling tegen boter en rogge enz. aan het broodnodige materiaal, zoals schoenen, ballen en shirts worden gekomen. In die tijd vervulde Harrie Daams een rol van betekenis, hij verzette bergen werk voor de jonge vereniging en presteerde het om de eerste wedstrijdbal, per fiets, op te halen bij HMVV in Hooge Mierde, een club die over de kop gegaan was. Vanaf dat moment kon er getraind worden en dat gebeurde ook, op een kale zandvlakte ergens in de buurt van de huidige Kempervennen. 

Oefenwedstrijden dienden uit gespeeld te worden, omdat op de eigen accommodatie de meest elementaire voorzieningen zoals een kleedruimte en toilet en zelfs water ontbraken. Toen in 1944 echter Arnold van den Heuvel als voorzitter werd gekozen, ging men eens kijken of er mogelijkheden waren om in Dommelen een eigen accommodatie te verkrijgen. Er werd een terrein gehuurd aan de Kerkakkerstraat en de gehele Dommelse bevolking kon aan de slag om het speelklaar te maken. Bij de KNVB werd een licentie aangevraagd en in het seizoen 1944-1945 ging Dommelen van start in de competitie tegen Vessem, een wedstrijd die met 3-2 verloren werd. De vereniging maakte een bloei door en anno 1947 telde RKVV Dommelen 60 leden. Veel moeilijker werd het enige jaren later want in 1950 trad bijna het voltallige bestuur af. Er kwam weliswaar een nieuw bestuur, onder voorzitterschap van Flip Neijnens, maar daarmee waren de problemen niet in zijn geheel opgelost. Accomodatieproblemen bleven de vereniging parten spelen en opnieuw moest worden uitgezien naar een nieuw terrein. Dat werd gevonden achter de brouwerij, voor enige tijd was de RKVV Dommelen weer uit de problemen, tot ook dit niet meer voldeed.

Junioren eerste kampioen. 
De Dommelse voetballers waren ten einde raad. Zustervereniging ZSC bood echter uitkomst en was bereid haar enige veld te delen met de blauw-witten. Door altijd uit te moeten spelen nam de belangstelling voor voetballen bij sommige spelers af en zij stopten ermee. Met veel moeite konden nog twee elftallen op de been gehouden worden. Door toedoen van Bert Theunissen en Frits Hendriks en nog enkele andere, trouwe leden, bleef de vereniging overeind en in 1953 werd het juniorenteam de eerste kampioen van RKVV Dommelen. Het deed de vereniging goed, er kwam een opleving en onder de bezielende leiding van voorzitter Neijnens werden pogingen ondernomen om in Dommelen een eigen sportpark te krijgen. De plannen werden gemaakt maar het zou nog geruime tijd duren voor het zover was, tussentijds moest dus naar een oplossing gezocht worden en die werd gevonden in de buurt van het Brouwersbos aan de Keersopperweg. De KNVB verleende tijdelijke goedkeuring en terstond bloeide de vereniging weer op. Eind 1954 werd begonnen met de aanleg van een sportpark, precies op dezelfde plek waar tien jaar eerder de eerste competitiewedstrijd gespeeld werd. 

Voorlopig hoogtepunt. 
Op 23 september 1956 werd het prachtige sportpark geopend en werd een wedstrijd tegen ZSC gespeeld als blijk van erkentelijkheid vanwege de genoten gastvrijheid. Ook speelde een elftal van oud-Dommelen-spelers tegen een team van de gemeenteraad van Valkenswaard en waren er judo-demonstraties. 

Goede instelling. 
Voor het eerst ook kon Dommelen een rol van betekenis spelen in de competitie dat was in het seizoen 1956-1957 en mede te danken aan het feit dat een vijftal spelers van VV Bergeijk zich in Dommelen als lid aanmeldden. Iets dat in eerste instantie de nodige kritiek teweeg bracht. Hun goede instelling diende echter als voorbeeld voor een groot deel van de Dommelse spelers. Kampioenschappen bleven vooralsnog echter uit en op 28 mei 1961 moest Dommelen een beslissingswedstrijd spelen tegen het Luyksgestelse De Raven. De winnaar kwam in aanmerking om voor de promotie te gaan spelen maar helaas er werd met 2-0 verloren. Wel was in 1958 het tweede elftal kampioen geworden en in 1959 het derde, dat zelfs promoveerde naar de tweede klasse onderafdeling. Op 30 juni 1960 ontving de RKVV Dommelen de Koninklijke Goedkeuring op de statuten. Ondertussen was het ledenaantal gegroeid naar 182. Weer een triomf was er in 1961 bij de jeugd toen de A-junioren kampioen werden, iets dat zij in 1963 nog eens zouden herhalen. 
In 1965 werd in een extra ledenvergadering afscheid genomen van Flip Neijnens die bij die gelegenheid het erelidmaatschap van de vereniging kreeg. Ondertussen was de RKVV Dommelen alweer 10 jaar gebruiker van het in 1956 geopende sportpark en was er nog steeds geen verlichting Tegen de wil van de gemeente Valkenswaard in werd die door zelfwerkzaamheid tot stand gebracht. Ondertussen werden de noodzakelijke renovatiewerkzaamheden verricht aan het Sportpark Norbertusdreef. Toen in 1973 de gemeente Valkenswaard Dommelen als uitbreidingsgebied verkoos, verrezen op de Dommelse akkers tientallen huizen en ging het ledenaantal van de vereniging met sprongen omhoog. 

Twee nieuwe velden. 
Het sportpark werd te klein en aan het einde van de Kerkakkerstraat werden twee nieuwe velden aangelegd met een eenvoudige houten accommodatie die voor kleedlokalen door moesten gaan. Meer dan de kwalificatie “noodvelden” verdiende de voorziening echter niet. Ondertussen bestudeerden de gemeentelijke plannenmakers de plattegrond van Dommelen en markeerden met 3 kruisjes de plaats waar eventueel een nieuw sportpark zou kunnen worden gerealiseerd. Voor de voetbalvereniging was de keuze niet zo moeilijk, men wenste op het bestaande complex te blijven. Dat zou dus moeten worden uitgebreid, voorlopig 
gebeurde dat met het plaatsen van een nieuwe semi-permanente kleedaccomodatie. Ondertussen werden de trouwe Dommelen-supporters onaangenaam verrast met de degradatie van het eerste elftal uit de Eerste klasse Brabantse Bond, aan het einde van het seizoen 1975-1976. Gelukkig zorgde de komst van trainer Bert Iding en enkele nieuwe spelers ervoor, dat binnen een jaar het verloren terrein werd heroverd. Op 4 april 1977 kon de kampioensvlag weer in top en was er groot feest bij de vereniging. 
Het overleg met de gemeente Valkenswaard, ten aanzien van een langer verblijf aan de Norbertusdreef leverde echter niets op. Aan de Loonderweg zou een nieuw sportpark komen en dat werd op zaterdag 20 augustus 1983 met veel ceremonieel vertoon geopend. Al hielden de Dommelse landbouwers, die de locatie op hun duimpje kenden, hun hart vast. Zij vreesden wateroverlast en zij kregen binnen de kortste keren het gelijk aan hun zijde. 

Wateroverlast. 
Binnen enkele maanden al moest er in de toplaag van de grasmat van het hoofdveld scherp zand aangebracht worden. Positieve en negatieve zaken volgden elkaar in korte tijd op, want nadat het vaandelteam op 23 oktober 1983 onder trainer Harry Adriaans een periodetitel in de wacht gesleept had, brak er enkele dagen later brand uit in de kantine op ’t Heike. Kortsluiting in de meterkast was de oorzaak, hoewel nogal wat rookschade bleef alles te overzien. Het seizoen 1983-1984 verliep zonder promotie, omdat Dommelen in de beslissende wedstrijd niet opgewassen bleek tegen Marvilde. Het nieuwe seizoen begon alweer in mineur omdat na twee maanden reeds het programma afgelast moest worden in verband met de wateroverlast. Tussentijdse oplossingen bleken slechts een lapmiddel en in 1985 werd de Grontmij belast met een reconstructie. Alle perikelen hadden tot gevolg dat het er in bestuurlijk opzicht niet beter op werd en zelfs de KNVB werd om advies gevraagd. Met alle commissies werd een beleidsplan voor 1987-1990 opgesteld. Aan het voorzitterschap van Ko Hooyschuur kwam na vier jaar een einde en Jan Rombauts, eerder al eens 18 jaar preses van de voetbalclub, begon aan zijn tweede periode als voorzitter. 

Ledental boven de 500. 
Het ledenaantal overschreed de grens van 500 en in 1987 leek een kampioenschap weer tot de mogelijkheden te gaan behoren. Voor het eerst in vele jaren werd voor de supporters een bus ingezet naar de belangrijke wedstrijd tegen Haagse Boys. Een kampioenschap bleef echter uit. In het seizoen 1987-1988, Kaas’ laatste jaar als trainer werd de derde periodetitel binnengehaald. Op Sportpark De Elzenbroeke in Steensel ging Dommelen ten aanschouwe van 1200 toeschouwers ten onder tegen RKVVO. Met name het seniorenvoetbal maakte magere jaren door, bij de jeugd was dat anders, daar vielen nogal wat kampioenschappen te noteren, onder andere 2 keer dat van A1. 
Aan het einde van het seizoen 1992 kelderde Dommelen uit de zo vertrouwde klasse 107. De degradatie temperde de feestvreugde bij het 50 jarig bestaan dat in mei gevierd werd. Nieuw bij de club kwam Jan Liebregts. Aan hem de taak om Dommelen weer terug te brengen in klasse 107. 
In maart 1993 was er weer eens reden om te feesten omdat het clubblad: “Tussen Dommelen en Keersop”, 25 jaar bestond, een orgaan dat binnen de vereniging zijn onmisbaarheid al lang bewezen had. In het seizoen 1993-1994 zou Dommelen eindelijk weer eens van zich doen spreken. Uit en tegen Riethoven werd een periodetitel in de wacht gesleept. Het vervolg bleef echter uit want op Sportpark de Groote Speel in Leende zagen de blauw-witten, eind mei, geen kans om Tivoli aan de zegekar te binden, ondanks het feit dat ze in de wedstrijd na 2 minuten al een voorsprong van 2-0 hadden. Met 2-3 had Tivoli de langste adem. Op bescheiden schaal werd er eerder in de maand toch nog gefeest. Immers op 7 mei werd op Sportpark ’t Heike de prachtige tribune geopend, een toonbeeld van wat vrijwilligers belangeloos tot stand kunnen brengen. In de competitie bleef Dommelen het goed doen maar er moest toch nog gewacht worden tot aan het einde van het seizoen 1995-1996 voor de vlag in top kon. Nadat in dat seizoen de eerste periodetitel in de wacht gesleept was door een 5-2 zege op het Tilburgse SVG, won Dommelen in de nacompetitie van Steensel, op het veld van de Eindhovense studentenvereniging Pusphaira. Groot feest in Dommelen, 48 jaar na de oprichting speelde Dommelen weer eerste klasse, een klasse die het seizoen erop omgedoopt zou worden in de vijfde klasse KNVB. Inmiddels bleef het aantal jeugdleden groeien en steeg vooral het niveau. Om de eigen jeugd te kunnen behouden, zou opnieuw een kampioenschap of promotie Dommelen goed uitkomen, en daar leek het vaandelteam in het competitiejaar 1997-1998 regelrecht op af te stevenen. Onder de enthousiaste leiding van de trainers Paul van den Heuvel en William van Straten leidde Dommelen in de slotfase van de competitie met 9 punten voorsprong en nog 4 wedstrijden te gaan. 

Geen vuist maken. 
Niemand die ook maar durfde te denken dat het nog fout zou kunnen gaan. Helaas kon Dommelen zoals zo vaak als het erop aankwam, geen vuist maken en kreeg Acht de titel in de schoot geworpen. De zwartste dag in de geschiedenis van de club. Het kampioenschap van het tweede elftal was een pleister op de wonde al werd dat totaal overschaduwd door het gebeurde met één. Al vroeg in het seizoen dat erop volgde bleek dat het mislopen van het kampioenschap de nodige sporen had achtergelaten. Een nagenoeg ongewijzigd Dommels vaandelteam doorliep de competitie zonder enig zelfvertrouwen met als gevolg dat het degradeerde naar de zesde klasse, de kelder van het vaderlandse voetbal. De wens leefde om binnen een jaar terug te zijn op het oude niveau maar weer strandde Dommelen in de nacompetitie van het seizoen 1999-2000. Trainer Harrie van de Wildenberg wist er dan nog wel een nacompetitie uit te slepen, maar daar hield het ook bij op. Er kwam een nieuw gezicht op Sportpark ’t Heike, in de persoon van Tonnie van dan Dungen, die eerder zijn sporen verdiende bij Bergeijk. Onder zijn leiding kon aan het eind van het seizoen de kampioensvlag gehesen worden. “Dommelen na 24 jaar weer eens kampioen”, kopte het Eindhovens Dagblad op 30 april 2001. Nooit eerder in de bijna 60-jarige geschiedenis maakte Dommelen zo’n goed seizoen door, immers ook A1, C1, D1 en E1 sleepten het kampioenschap in de wacht. 
Gepromoveerd werd er niet als gevolg van een reorganisatie van de KNVB waarbij de vijfde en zesde klasse werden samengevoegd. 
De Dommelse voetballers hadden onder Tonnie van den Dungen echter de smaak te pakken en nog geen jaar later, op 7 april 2002, werd het vaandelteam weer kampioen en promoveerde nu wel. 
Voor het eerst in de bestaansgeschiedenis mocht Dommelen uitkomen in de vierde klasse KNVB. 
Ook in het derde en laatste jaar onder trainer Van den Dungen pakte Dommelen een prijs, in de vorm van een periodetitel. Tegen Den Dungen werd twee keer gewonnen maar RKVVO was een maatje te groot, geen promotie naar de derde klasse dus. Dat zou het jaar daarop moeten gebeuren, daarom werd Toon Smulders, een trainer die bij alle clubs die hij onder zijn hoede had, succes oogstte. 
Kampioen kon hij de blauw-witten niet maken maar wel werd de nacompetitie gehaald. Gestelse Boys werd twee keer geklopt en toen de eerste van twee wedstrijden tegen Waalre met 0-1 gewonnen werd wist iedereen zeker dat Dommelen zou gaan promoveren naar de derde klasse. Het pakte heel anders uit want in de allesbeslissende thuiswedstrijd trok Waalre met 0-4 aan het langste eind. 

DOELSTELLING DERDE KLASSE. 
De laatste twee seizoenen was de Dommelse hoofdmacht minder succesvol, ook op trainersgebied verliep het niet zoals dat eigenlijk zou moeten. Dre van Summeren werd in zijn tweede jaar in de herfst van 2005 vervangen door Tonnie van den Dungen. 
Na de successen die hij in het verleden boekte was voor hem -in zijn tweede periode als hoofdtrainer- de uitdaging om  Dommelen naar de derde klasse te brengen. Immers die doelstelling is er op Sportpark ’t Heike nog steeds. 
Het seizoen 2005-2006 werd afgesloten in de middenmoot maar er werd een stevig fundament gelegd voor het volgende seizoen. Daarin was, mede door een gebrek aan scorend vermogen, een 5e plek het hoogst haalbare. Tekenend was wel dat de verdediging het minst gepasseerd werd van de hele 4e klasse.


Voor het nieuwe seizoen zijn de verwachtingen, wederom, hooggespannen. Diverse spelers jn onze selectie zijn komen vervangen; zowel door spelers vanuit de eigen jeugd als bevriende en bekende spelers uit de omgeving. Dat geeft aan dat spelplezier en prestatiegerichtheid hand in hand kunnen gaan.

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!